In memoriam

21 maart 2017

Vrijdag 24 februari 2017 overleed Carl Lodewijk Ebeling, hoogleraar Slavisch aan de UvA van 1955 tot 1985.

Carl Ebeling, geboren in 1924, studeerde aanvankelijk in Leiden, waar hij onder andere colleges Klassieke Talen volgde. Na de sluiting van de Leidse Universiteit in 1940 (na de beroemde protestrede van Cleveringa tegen het ontslag van Joodse hoogleraren, en de daarop volgende studentenstaking) studeerde hij in Amsterdam, onder meer Latijnse taalkunde bij de structuralist A.W. de Groot. In de oorlogsjaren studeerde Ebeling bovendien, grotendeels zelfstandig, Russisch en Oud-Kerkslavisch, en, tijdens zijn onderduikperiode in Utrecht, Gotisch en Keltisch bij de filoloog Anton van Hamel. Ook maakte hij vlak na WO II kennis met onder andere het Georgisch, toen hij namens het Militair Gezag werkzaam was als tolk Russisch voor krijgsgevangenen. Hij oefende die functie uit in het Fort bij Krommeniedijk. (De aanwezigheid van Georgiërs in het Duitse leger is in Nederland vooral bekend door de dramatische opstand van de Georgiërs op Texel, begin 1945).

In 1947 deed Ebeling doctoraalexamen Slavische taal- en letterkunde bij Bruno Becker, die vanaf 1945 hoogleraar Russische geschiedenis, taal- en letterkunde was aan de Universiteit van Amsterdam (toen nog Gemeente Universiteit). Hij zette zijn studies voort in Parijs, en later in de Verenigde Staten, waar hij in 1950 aan Harvard University promoveerde bij de vermaarde taalkundige Roman Jakobson, op het proefschrift The parts of the sentence in modern Russian: a structural analysis.

Carl Ebeling hield in 1955 zijn oratie, getiteld Taal- en letterkunde: aspecten van het Russische formalisme, bij de aanvaarding van het hoogleraarschap Slavische taal- en letterkunde aan de UvA. In 1959 deed Ebeling, die zijn leven lang grote betekenis hechtte aan het beschrijven en analyseren van bedreigde talen en dialecten, veldwerk in Dagestan. Hij deed daar onderzoek naar de Kaukasische talen Avaars en Botlich. In 1963 richtte hij samen met de Leidse kaukasoloog en slavist Aert Kuipers het tijdschrift Studia Caucasica op, dat onder hun redactie bestond tussen 1963 en 1978.

Vanaf 1960, toen Ebelings eigen leeropdracht werd omgezet in Slavische en Baltische taalkunde, en de Slavische letterkunde werd overgedragen aan de Gogol-specialist F.C. Driessen, had de UvA een aantal decennia lang twee hoogleraren Slavisch. Driessen overleed vroeg, en werd in 1964 opgevolgd door Jan van der Eng, die in 1957 Ebelings eerste promovendus was geweest met een proefschrift over Dostojevski als romanschrijver.
Ebeling was vanaf 1967 enkele jaren Voorzitter van de faculteit, toen nog bekend als de Faculteit der Letteren.
In Carl Ebelings taalkundig onderzoek stonden vooral syntaxis en semantiek centraal, in een eigen richting binnen de structuralistische benadering. Hij richtte zich al vanaf zijn dissertatie op deze onderzoeksterreinen, en deed dat later ook in diverse publicaties, b.v. “On the verbal predicate in Russian” (1956), “On case theories” (1957), “A semantic analysis of the Dutch tenses” (1968), “On the meaning of the Russian infinitive” (1984) en met name in de monografieën Syntax and semantics: a taxonomic approach (1978) en Semiotaxis: over theoretische en Nederlandse syntaxis (2006).

Maar ook op het gebied van de fonologie, en van de historische fonologie van het Slavisch, publiceerde hij belangrijk werk. Zo verzorgde hij een essentieel aandeel in Fonologie van het Nederlands en het Fries: inleiding tot de moderne klankleer (A. Cohen, C.L. Ebeling, P. Eringa [et al.], 1959). Tot zijn andere publicaties op dit gebied horen de artikelen “Some premisses of phonemic analysis” (1967), “Questions of relative chronology in Common Slavic and Russian phonology” (1963), “Historical laws of Slavic accentuation” (1967).
Vanaf 1979 was Ebeling lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Zoals dit overzicht laat zien, was Ebeling een zeer bijzonder – en bovendien een bijzonder veelzijdig – wetenschapper. Hij was ook een begenadigd docent, die zijn studenten in een haast achteloze stijl zelfs de meest complexe zaken glashelder kon uitleggen, met altijd even trefzeker gekozen voorbeelden. Hij leidde generaties slavisten op, waaronder bijvoorbeeld de historisch taalkundigen Frits Kortlandt (emeritus hoogleraar Vergelijkende Taalwetenschap aan de Universiteit Leiden) en Willem Vermeer, de semantici Adrie Barentsen, Wim Honselaar (bijzonder hoogleraar Culturele relaties Nederland – Oost Europa aan de UvA, 2009-2012), en Nel Keijsper, en vele anderen.

Zijn leerlingen en oud-medewerkers bewaren dankbare herinneringen aan Carl Ebeling.

Gepubliceerd door  Faculteit der Geesteswetenschappen