In memoriam Eco Haitsma Mulier

22 juni 2017

Op 30 mei 2017 overleed de historicus Eco Oste Gaspard Haitsma Mulier, geboren te Groningen op 9 juli 1942. Eco Haitsma Mulier is gedurende zijn hele loopbaan in de historische wetenschap werkzaam geweest aan de Letterenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, eerst als wetenschappelijk hoofdmedewerker, vanaf 1989 tot aan zijn pensionering in 2007 ook als Bijzonder Hoogleraar.

Als Bijzonder Hoogleraar bekleedde Haitsma Mulier de Jan-Romein leerstoel, met als leeropdracht de geschiedenis van de geschiedschrijving en van de politieke ideeën, in het bijzonder van de vroegmoderne tijd. Zijn brede cultuurhistorische belangstelling, grote eruditie en onvermoeibare inzet voor het wetenschappelijke onderzoek maakten hem gedurende decennia tot een van de meest vooraanstaande Nederlandse historici van de vroegmoderne tijd. 

Eco Haitsma Muliers proefschrift, geschreven onder begeleiding van de Amsterdamse hoogleraar Maarten Brands en verdedigd in 1978, vestigde meteen zijn naam als origineel onderzoeker. Het boek, in 1980 ook in het Engels verschenen, handelde over de vroegmoderne mythe van Venetië, dat wil zeggen over het idee dat de Venetiaanse republikeinse regeringsvorm voor een unieke en onovertroffen combinatie van politieke vrijheid en stabiliteit zorgde. Haitsma Mulier liet zien hoe dit denkbeeld werd gerecipieerd, becommentarieerd en bekritiseerd in de context van die andere zo belangrijke vroegmoderne republiek, de Zeven Verenigde Provinciën. Met deze onderwerpskeuze sloot Haitsma Mulier aan bij een van de toentertijd belangrijkste ontwikkelingen in het onderzoek naar de intellectuele geschiedenis van de vroegmoderne tijd: de herontdekking van het vroegmoderne republikanisme. The Myth of Venice and Dutch Republican Thought in the Seventeenth Century verschafte hem dan ook internationale bekendheid en vele uitnodigingen voor internationale congressen.

Mede op basis van zijn indrukwekkende proefschrift werd Eco Haitsma Mulier in 1989 benoemd tot Bijzonder Hoogleraar. Zijn inaugurele rede wijdde hij, in het verlengde van zijn eerdere werk, aan de betekenis van Machiavelli voor het vroegmoderne Nederlandse politieke denken. In de loop der jaren verschoof zijn belangstelling naar de historiografische component van zijn leeropdracht en richtte hij zich steeds meer op de Nederlandse geschiedschrijving van de vroegmoderne tijd. Dat resulteerde niet alleen in een grote hoeveelheid waardevolle historiografische artikelen, maar ook in wat nog steeds als een onmisbaar naslagwerk wordt beschouwd: het Repertorium van Geschiedschrijvers in Nederland 1500-1800 (1990), dat hij met Gijs van der Lem redigeerde. Eco Haitsma Muliers veelzijdigheid bleek daarnaast keer op keer uit zijn betrokkenheid, vaak in een leidende rol, bij talrijke collectieve onderzoeksprojecten. Zo was hij mederedacteur van bundels over Willem van Oranje in de geschiedschrijving (1984) en over de geschiedenis van het Amsterdamse Athenaeum Illustre (1997) en leverde hij een belangrijke bijdrage aan het onderzoeksproject Nederlandse Begripsgeschiedenis, onder meer als mederedacteur van de bundel Vrijheid. Een geschiedenis van de vijftiende tot de twintigste eeuw (1999). Ook bracht hij zijn kunsthistorische belangstelling regelmatig tot uitdrukking in publicaties. Behalve een uiterst geleerd wetenschappelijk publicist was Eco Haitsma Mulier, wiens voorkeuren evident meer op het terrein van onderzoek dan van onderwijs lagen, een energiek wetenschappelijk organisator. Hij was betrokken bij de totstandkoming van tal van historische congressen, speelde een belangrijke rol in het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap, en was lange tijd de voorzitter van het dagelijks bestuur van de Amsterdamse Jan Wagenaar Stichting.

Ondanks zijn vernieuwende bijdragen aan de geschiedwetenschap bleef Eco Haitsma Mulier in menig opzicht een ouderwets historicus in de beste zin des woords: belezen, nieuwsgierig, onmodieus en sterk gericht op de primaire bronnen. Alle beoefenaren van de vroegmoderne Nederlandse geschiedenis zijn veel aan hem verschuldigd.

Gepubliceerd door  Faculteit der Geesteswetenschappen