In Memoriam Lela Zečković

27 februari 2018

Op 9 februari j.l. is Lela Zečković in Triëst na een kort ziekbed gestorven. Achttien jaar geleden verhuisde zij naar deze stad aan de Middellandse Zee om dichter bij haar geboortegrond te zijn. Zij had op dat moment meer dan veertig jaar in Amsterdam gewoond. In Amsterdam maakte zij naam als dichteres, als docente Slavistiek en Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, en als literair vertaalster.

Lela werd op 6 februari 1936 geboren in Varaždin. Naar eigen zeggen genoot ze een zorgeloze jeugd in de schaduw van een burgerlijke cultuur die, het kan niet anders, na de communistische machtsovername een dramatisch ander aanzicht kreeg. Ze bewoog zich in literaire kringen en begon aan een studie filosofie in Zagreb. Ze vervolgde haar studie in Amsterdam vanaf 1959, het jaar dat ze in het huwelijk trad met Hans Faverey. Ze had de dichter een aantal jaar eerder leren kennen toen hij op rondreis was door Joegoslavië.

Haar leven als dichteres was tweetalig. Ze debuteerde in het Kroatisch (de bundel Uho vraća vid – Het oor geeft het zicht terug, 1975) en enkele jaren later verscheen in het Nederlands de bundel Belvédère, waarvoor haar in 1983 de Lucy B. en C.W. Van der Hoogt-prijs werd toegekend. Over haar tweetaligheid schrijft ze in haar dankwoord: ‘Gooi geen oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt. En zo geschiedde. Ik loop nog steeds op mijn oude schoenen en trek ook regelmatig de nieuwe aan die mij inmiddels even dierbaar zijn geworden.’

Schrijven ging van begin af aan gepaard met vertalen. Vertaalde ze, net in Amsterdam, Van Ostaijen en Nescio, vanaf medio jaren tachtig instigeerde ze een reeks grote vertalingen die de Zuid-Slavische letteren in de Lage Landen op de kaart zetten. Gestimuleerd door de mensen rondom het tijdschrijft Raster werkte Lela gestaag aan het ontsluiten van oeuvres die hier een blijvend lezerspubliek hebben gevonden. Direct of indirect is haar naam als vertaalster verbonden aan de beschikbaarheid in het Nederlands van belangwekkende auteurs als Danilo Kiš, Miroslav Krleža en Aleksandar Tišma. Onder de vertalers die onder haar hoede tot wasdom kwamen zijn Nijhoffprijs-laureaat Reina Dokter en de eveneens bekroonde Roel Schuyt.

In 1969 trad ze in dienst bij het Slavische Seminarium aan de UvA; na verloop van tijd stapte ze over naar de opleiding Literatuurwetenschap. Toen ik haar begin jaren negentig leerde kennen doceerde ze een cursus over de Centraal-Europese roman. Het was duidelijk dat haar geest, hoewel briljant,  geen louter academische was. Haar grote talent lag in de adembenemende formulering, de belezenheid en een feilloos gevoel voor de waarde van het poëtische woord, kortom: literatuur als ervaring, die elk moment de toets des tijds moest kunnen doorstaan. Lela was volslagen compromisloos in haar oordelen. In 1997 ging ze met pensioen.

De laatste achttien jaar van haar leven bracht ze dus door in Triëst, met haar geliefde Zagreb bijna op gehoorsafstand, omringd in haar appartement door haar spullen uit Amsterdam: portretten, het clavichord van Faverey.

In haar dankwoord uit 1983 schrijft ze ook nog: ‘Ik kan mijn volwassenworden nog even uitstellen, beseffend dat ik één land wist te behouden en het andere erbij heb gekregen. Ik zou best nóg eentje kunnen gebruiken. Al was het slechts om het gevoel voor de betrekkelijkheid van de vele traditionele waarden en normen die in elke taal verankerd liggen, levend te kunnen houden.’

Lela is begraven op de Mirogoj-begraafplaats in Zagreb.

Guido Snel

(Met dank aan Svebor Kranjc)

Gepubliceerd door  Faculteit der Geesteswetenschappen