Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Nascholing

Wat je schrijft, ben je zelf. Of toch niet?

Voor docenten Engels

In deze cursus wordt de forensische taalkunde ingezet als handvat voor het verbeteren van de leesvaardigheid en het stimuleren van belangstelling voor taal(kunde).

Doel

Het project resulteert  in een docentenhandleiding met activiteiten en een set geschikte Engelstalige teksten voor forensische taalkunde in de Engelse les. De activiteiten leren leerlingen beter lezen en maken hen bewust van het belang van taal en het verband tussen taal en identiteit.  

Forensische taalkunde

Mensen kunnen zich door hun taalgebruik anders voordoen dan ze zijn, of zelfs een andere identiteit aannemen. Dit kan volledig onschuldig zijn: in een officieel verzoek aan de roostermaker gebruik je nu eenmaal andere taal dan in een e-mail aan je oudste en beste collega. Maar mensen gebruiken taal ook voor wat minder onschuldige, frauduleuze of zelfs criminele activiteiten: heeft u wel eens een ziekmelding ontvangen van een ouder en toch onmiddellijk gedacht dat de leerling de melding had geschreven? En gevallen van plagiaat zijn u vast ook niet vreemd. Uitgesproken frauduleus of zelfs crimineel is de schrijver van een anonieme dreigmail. Die zal altijd proberen zijn echte identiteit te verhullen. Een moordenaar die de moord eruit wil laten zien als zelfmoord en dus een briefje wil achterlaten waaruit dat blijkt, zal in zijn taal de identiteit van zijn slachtoffer proberen aan te nemen.

De tak van de taalkunde die dit soort dingen onderzoekt is de forensische taalkunde. Forensische taalkunde is een tamelijk nieuw gebied, dat voor het eerst opduikt in 1966, wanneer Jan Svartvik op basis van een taalkundige analyse van politieverhoren aantoont dat de van moord verdachte Timothy Evans in 1950 onterecht ter dood was gebracht. Forensische taalkunde spreekt zeer tot de verbeelding en komt met regelmaat voor in afleveringen van series zoals CSI.

In deze cursus gebruiken we thema’s en Engelstalige casussen uit de forensische taalkunde. Cursisten maken tijdens de bijeenkomst forensisch taalkundige opdrachten voor hun eigen klassen. Doel van de opdrachten is leerlingen te laten ondervinden wat taalgebruik vertelt over iemands identiteit. Ze zullen snel tot de conclusie komen dat goed en precies lezen een onontbeerlijke vaardigheid is als het gaat om mensen die proberen met hun taalgebruik hun echte identiteit te verhullen. De opdrachten worden in de klas uitgevoerd, tijdens de volgende bijeenkomst besproken en waar nodig aangepast zodat ze in de docentenhandleiding kunnen worden opgenomen.

De docent stelt het benodigde cursusmateriaal (digitaal) ter beschikking.

Programma

De cursus wordt gegeven op vijf middagen, van 14.00-17.00 uur. De data zijn:

  • 18 februari
  • 18 maart
  • 22 april
  • 20 mei
  • Nader vast te stellen slotbijeenkomst in juni 2020

Tijdens de eerste bijeenkomst bespreken we de theoretische basis, de mogelijkheden en onmogelijkheden van de forensische taalkunde, waarna de cursisten zelf proberen een oplossing te vinden voor een authentiek geval van een schrijver die een andere identiteit aanneemt, maar op forensisch taalkundige gronden als bedrieger ontmaskerd kan worden.  

Tijdens de volgende vier bijeenkomsten wordt een aantal forensische taalkundige thema’s en casussen bestudeerd en besproken aan de hand van wetenschappelijke artikelen. Opdrachten voor in de klas zijn een vast onderdeel van de bijeenkomsten.

Locatie

Binnenstad Amsterdam

Deelnemers en kosten

De cursus vindt doorgang bij minimaal 8 deelnemers en biedt plaats aan maximaal 15 deelnemers. De kosten bedragen € 250. 

Aanmelden

Coördinator en docent

Voor vragen kun je contact opnemen met de coördinator en docent van de cursus, Rina de Vries. 

mw. dr. C.M. (Rina) de Vries

Faculteit der Geesteswetenschappen

Capaciteitsgroep Engelse taal en cultuur